Hiv en andere aandoeningen

Er zijn een paar aandoeningen die bij mensen met hiv vaker voorkomen dan bij anderen. Het gaat om griep, bepaalde vormen van kanker en hepatitis, vergeetachtigheid en gestoorde fijne lichaamsmotoriek (bijvoorbeeld trillende handen). Het risico erop is groter als je hiv hebt, maar dat betekent niet dat iedereen met hiv die aandoeningen ook krijgt. Extra alertheid is wel geboden.

Griep en griepprik

Mensen met hiv en andere risicogroepen zoals ouderen en chronisch zieken krijgen elk jaar een oproep van de huisarts om zich gratis te laten vaccineren tegen de griep. Meestal is de griepprik zinvol voor mensen met een verzwakte afweer, COPD of chronische bronchitis. Het griepvirus is een veranderlijk virus, zodat de griepprik elk jaar nodig is. De vaccinatie is niet altijd volledig dekkend, dus garanties zijn er niet te geven dat je die winter geen griep zal krijgen. Heb je twijfels over de noodzaak van de griepprik, overleg dit dan met je huisarts of internist. Als je geen oproep krijgt, vraag er dan zelf naar bij je huisarts.

Kanker

Bepaalde vormen van kanker blijken vaker voor te komen bij hiv-positieven dan onder de algemene bevolking. Maar raak niet in paniek: deze aandoeningen zijn ook bij hiv-positieven zeldzaam. Leefstijl, ouderdom, roken, het laagste CD4-aantal dat je ooit had, het huidige CD4-aantal en hiv zelf spelen hier een rol. Maar hoe de verbanden exact liggen is nog niet bekend.

aids en kanker

Door de komst van combinatietherapie komen de aan aids gerelateerde vormen van kanker niet meer vaak voor. De aidsgerelateerde vormen van kanker zijn Kaposi sarcoom, non-Hodgkin lymfoom (bepaalde vorm van lymfklierkanker) en baarmoederhalskanker.  Als je één van deze vormen van kanker krijgt, krijg je de diagnose aids.

HPV, anuskanker en baarmoederhalskanker

Het humaan papillomavirus (HPV) is overdraagbaar via seks. Veel mensen zijn drager van HPV zonder hier klachten van te hebben. Er zijn 40 soorten HPV die de anus en genitaliën kunnen infecteren. HPV kan dan leiden tot anuskanker of baarmoederhalskanker. Deze soorten kanker komen weinig voor, maar de kans op anus- en baarmoederhalskanker is groter bij mensen met hiv dan bij mensen zonder hiv. Dit komt mogelijk doordat  HPV gebruik maakt van het verminderde immuunsysteem. De kans op HPV-gerelateerde kanker wordt kleiner bij een goede therapietrouw, onmeetbare viral load, en een hoog aantal CD4-cellen.

Heel soms veroorzaakt HPV andere soorten kankers zoals vulvakanker, vaginale kanker, peniskanker, en mond- en keelkanker. Ook kan HPV leiden tot genitale wratten. Genitale wratten zijn één van de meest voorkomende soa’s.

Anuskanker en AIN
Sommige varianten van HPV kunnen leiden tot anuskanker. Mensen met hiv hebben een grotere kans op anuskanker dan mensen zonder hiv. De kans op anuskanker is voor mannen met hiv veel groter dan voor vrouwen met hiv.

anuskanker

Anuskanker geeft niet altijd klachten. De kenmerken van anuskanker zijn: bloedverlies uit de anus, jeuk of pijn in of rond de anus, zwellingen of knobbels, vaak het gevoel hebben te moeten poepen, verandering van de stoelgang (obstipatie of diarree). Veel van deze klachten passen echter ook bij andere aandoeningen, dus bespreek je klachten met je hiv-behandelaar en laat je eventueel ook onderzoeken op aambeien en andere soa’s.
Het voorstadium van  anale kanker heet AIN (anale intra-epitheliale neoplasie). Dit is een verstoring in de celdeling van het slijmvlies in en rondom de anus.

Baarmoederhalskanker en CIN

Sommige soorten HPV kunnen leiden tot baarmoederhalskanker. Vrouwen met hiv hebben een grotere kans op baarmoederhalskanker dan vrouwen zonder hiv.

baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker geeft niet altijd klachten. De kenmerken van baarmoederhalskanker zijn: bloedingen tijdens of vlak na de seks, bloedingen na de overgang, bloedingen tussen twee menstruatieperiodes in en ongewone afscheiding. Veel van deze klachten passen echter ook bij andere aandoeningen, dus bespreek je klachten met je hiv-behandelaar en laat je eventueel ook onderzoeken op andere soa’s.
Het voorstadium van baarmoederhalskanker heet CIN (cervicale intra-epitheliale neoplasie). Dit is een verstoring in de celdeling van het slijmvlies in en rondom de baarmoeder.

Hiv en hepatitis B en C

Er is een verschil tussen hepatitis B en hepatitis C wat betreft verschijnselen, overdracht en medicijnen. Het zijn seksueel overdraagbare aandoeningen (Soa’s) die de lever aantasten. Hepatitis B of C kan een sluipmoordenaar zijn, omdat men de infectie vaak te laat ontdekt.

Dat geldt gelukkig niet meer voor hiv-positieven die al onder behandeling zijn. Bij hen ontdekt men die infecties voor het overgrote deel tijdig, zodat de behandeling van hepatitis snel kan plaatsvinden. Dat komt omdat de hiv-behandelaar de leverfunctie elk half jaar meet. En in Nederland is hepatitis ook goed te behandelen. Het risico op hepatitis is voor mensen met hiv een extra reden om zo vroeg mogelijk met hiv-medicatie te starten, omdat men daarmee het risico erop verkleint.

hepatitis B

Hepatitis B geeft meestal snel klachten, zoals koorts, misselijkheid en gewichtsverlies. In de meeste gevallen kunnen mensen deze infectie zelf goed aan, zonder medicijnen. Een deel van de dragers lukt dit niet. Zij worden chronisch drager van het hepatitis-B-virus. Als zij dat niet weten en de infectie onopgemerkt blijft, kunnen zij uiteindelijk leverproblemen en leverkanker krijgen.

Hepatitis B is nog niet te genezen, maar wel met een vaccinatie te voorkomen. Ook is er een goede behandeling voor en daarin lijkt het op hiv. Sterker nog: sommige hiv-remmers werken ook als hepatitis-B-remmers.

Hepatitis B is seksueel overdraagbaar door sperma en vaginaal vocht. Mannen die seks hebben met mannen zijn de grootste risicogroep om het op te lopen. Zij kunnen zich gratis tegen hepatitis B laten vaccineren en zo voorkomen dat zij het ooit zullen oplopen en op anderen overdragen.

Hiv, vergeetachtigheid en dementie

Dementie komt tegenwoordig bij mensen met hiv bijna niet meer voor. Lichtere vormen van afwijkend functioneren van de hersenen komen ondanks de komst van combinatietherapie nog wel voor. In het dagelijkse leven levert dat meestal nauwelijks of geen problemen op.

kleine problemen

Sinds de combinatietherapie is het grote gevaar van dementie weg, maar de kleinere ongemakken blijven bestaan. Van alle hiv-positieven heeft ongeveer de helft een neurocognitief probleem, dat wil zeggen: het verminderd functioneren van de hersenen, soms met motorische problemen tot gevolg. De andere helft ondervindt dus geen problemen.

Ernstige problemen zoals dementie komen maar bij een zeer kleine groep voor. Ruwweg een kwart heeft een lichte stoornis en een kwart heeft een milde functionele stoornis. Blijkbaar dringt niet elke hiv-remmer goed door tot diep in de hersenen, maar er zijn voldoende hiv-remmers beschikbaar die dat wel doen. Veranderen van combinatie kan dus helpen.

Deze informatie is nuttig