Vertellen of niet

Voor alle duidelijkheid, je bent niet verplicht om iemand te vertellen dat je hiv hebt. Ook niet op je school, de crèche, je werk of aan je huisarts, specialist en bedrijfsarts. Het kan natuurlijk voor jezelf wel goed zijn om het je arts te vertellen, omdat hiv een rol kan spelen bij eventuele klachten.

Alle artsen (dus ook bedrijfsartsen) hebben beroepsgeheim en mogen niet zonder jouw toestemming aan anderen vertellen dat je hiv hebt. Als je hiv-remmers gebruikt en medicijnen krijgt voorgeschreven van een andere arts, is het aan te raden om deze arts te informeren, omdat er wisselwerkingen kunnen zijn tussen hiv-remmers en andere middelen. Als je dit per se niet wilt: je apotheek checkt deze wisselwerkingen ook.

Vertellen over hiv is heel persoonlijk

Het lastigste van leven met hiv is voor velen vreemd genoeg niet zozeer de aandoening zelf of de behandeling, maar vooral de reacties van anderen. Je weet van tevoren niet hoe iemand zal reageren. Vertellen over het hebben van hiv is iets persoonlijks. Goede en ondersteunende reacties zijn prettig. Maar bang zijn voor negatieve reacties is niet vreemd. Een steun in de rug: als je viral load eenmaal ondetecteerbaar is kun je het virus niet meer overdragen.

Mark: “Je kunt zoiets niet in je eentje verwerken. Ik wilde het met een paar mensen delen die ik voor honderd procent kon vertrouwen.”

Vertellen of niet

Bij veel mensen met hiv gaat het heel geleidelijk: vaak vertellen mensen het in de loop van de tijd aan wat meer mensen. Maar het komt ook voor dat iemand er eerst heel open over is en het bij een nieuwe baan niet meer nodig vindt om het te vertellen.

Iedereen is verschillend

Er zijn geen pasklare antwoorden. Iedereen gaat er anders mee om. Uit onderzoek van de Hiv Vereniging blijkt dat vier op de tien mensen met hiv het hebben verteld aan alle familieleden en een op de zeven juist aan geen enkel familielid. Eenderde heeft het aan alle vrienden verteld en een op de tien aan geen enkele vriend. Op het werk zijn mensen minder open over hiv: de helft heeft het aan geen enkele collega verteld.

“Bijna niemand weet van mijn hiv-infectie. Alleen mijn man en mijn internist, hiv-consulent en huisarts. Ik ben bang dat ik uit de Afrikaanse gemeenschap gegooid word. Ik geef voorlichting over hiv, maar kan niet open zijn over mijn eigen hiv-status. Mensen van Afrikaanse afkomst zullen er negatief op reageren. Als je hiv hebt, ben je in hun ogen geen volwaardig persoon. Mijn Afrikaanse buurvrouw heeft hiv. We praten er wel over, maar ik zeg niet dat ik het zelf heb. Ik ben bang dat ze het doorvertelt.”

Hoe denk jij over het vertellen van je hiv-status?

 

“Mijn moeder vond het verschrikkelijk om te horen, maar ze vond het wel fijn dat ze wist wat er met me aan de hand was. Voordat ik het haar vertelde, belde ik haar een periode heel weinig en ging ik bijna niet langs, dus mijn moeder had wel het gevoel dat er iets niet goed zat. Met mijn vader praat ik niet zo makkelijk over emoties. Op een gegeven moment trok hij het niet meer en ging hij naar boven. Toen hij terugkwam kon ik zien dat hij had gehuild. Dat vond ik echt wel heel naar. Toch was het eigenlijk een hele mooie avond. We hebben heel diepgaand gepraat over hoe het nu echt met me gaat.”

Deze informatie is nuttig

Lees ook

Relaties en seksualiteit

Lees meer >

Hiv-behandeling

Lees meer >

Hiv en aids in ‘t kort

Lees meer >