Oud worden met hiv: medische aspecten

Als je hiv hebt, krijg je vaker last van verouderingsverschijnselen dan iemand in dezelfde situatie zonder hiv. Ook wanneer je hiv-infectie succesvol wordt behandeld. Recent is hiernaar in het AMC een studie gedaan, met opvallende uitkomsten.

De take-home-message is: het is voor iedereen die zo gezond mogelijk oud wil worden, belangrijk om gezond te leven. Maar voor mensen met hiv is het nog veel belangrijker. Iemand met hiv die veel vinkjes moet zetten bij roken, weinig bewegen, overgewicht, overmatig gebruik van alcohol en drugs en ongunstige bloedwaarden, ziet de kans op een opeenstapeling van ouderdomsklachten dramatisch stijgen. Als hiv-positieven zijn we niet verplicht om gezond te leven omdat we toevallig hiv hebben. Maar we hebben er wel héél veel bij te winnen.

Wat is het probleem?

In het AMC hebben onderzoekers zes jaar lang mensen met hiv boven de 45 jaar vergeleken met een groep zonder hiv die wat samenstelling en levensstijl betreft veel overeenkomsten heeft (de AGEhIV Cohort Studie). Zij vonden duidelijke verschillen tussen de twee groepen, onder andere op de volgende punten:

  • hart- en vaatziekten (hier is het verschil het grootst)
  • diabetes;
  • botontkalking;
  • nierproblemen;
  • verstoorde leverfunctie;
  • (in geringe mate) geheugenstoornissen.

Wat is de oorzaak hiervan?

De oorzaken die Schouten en Kooij hebben gevonden voor de verschillen tussen de twee groepen zijn:

  • met name: de reactie van het lichaam op een jarenlang durende infectie;
  • op de tweede plaats: restverschijnselen van bijwerkingen uit het verleden van de eerste generaties hiv-remmers (zoals van stavudine en van ritonavir in hoge dosering).

Het is niet uitgesloten dat ook de lange-termijnbijwerkingen van huidige hiv-remmers een rol spelen, maar als dat zo is, dan is die rol zeer beperkt.

De genoemde gezondheidsproblemen worden stuk voor stuk óók sterk bevorderd door leefgewoonten die veel voorkomen onder de onderzoeksdeelnemers, zoals het roken van sigaretten, overmatig gebruik van alcohol en drugs, weinig lichaamsbeweging en overgewicht (en mogelijk ook door chronische virusinfecties zoals herpes en HPV, en door talrijke bacteriële soa’s die steeds met antibiotica worden behandeld). Sommige verouderingsverschijnselen van mensen met hiv worden onmiskenbaar mede veroorzaakt door bepaald gedrag, zoals osteoporose door roken. Maar de controlegroep verschilt niet veel van de groep mensen met hiv en bovendien zijn de verschillen die er waren gecorrigeerd. Daarom zijn deze gewoonten niet de enige oorzaak van de gevonden verschillen tussen hiv+ en hiv-; die ligt ook in de infectie en in de behandelingen uit het verleden.

De kans op het optreden van veel van deze verouderingsverschijnselen is groter bij iemand met hiv:

  • die in het verleden langdurig een laag aantal CD4-cellen heeft gehad;
  • die in het verleden ernstig ziek is geweest door de hiv-infectie;
  • die naast hiv ook hepatitis C heeft (gehad);
  • die lang geleden al begonnen is met hiv-remmers (meer dan tien jaar geleden, en zeker bij iemand die al voor 1996 is gestart);
  • die langdurig ernstig ondergewicht heeft (gehad).

Wat is eraan te doen?

Ons verleden ligt vast. Het is wat het is, niemand kan er meer iets aan veranderen. Maar wat we wél kunnen veranderen, is de toekomst. Kunnen wij ervoor zorgen dat we niet massaal veel ouderdomsziekten krijgen?
De kans daarop in jouw eigen leven kun je zelf effectief verkleinen door:

  • zo gezond mogelijk te leven: geen sigaretten roken, niet overmatig alcohol en andere drugs gebruiken, minstens een half uur per dag stevig bewegen en een gezond gewicht bereiken en behouden; daarmee kun je de kans op alle genoemde problemen in belangrijke mate reduceren.
  • zorgen dat je behandelaar precies weet hoe het met jou gaat; daarmee kunnen eventuele klachten in een vroeg stadium worden behandeld.

Er zijn calculators ontwikkeld waarin je kunt zien hoeveel procent kans op een aantal specifieke aandoeningen je loopt met je huidige levensstijl, en wat er met die kans gebeurt als je gezonder gaat leven. Je kunt zo’n calculator samen met je behandelaar invullen, of het van tevoren zelf doen, indien je beschikt over je labwaarden – daarvan moet je er enkele invullen, naast gegevens over je leeftijd, rookgedrag en dergelijke. Het is heel interessant om te zien wat er aan het resultaat verandert als je de calculator vertelt dat jouw cholesterol een punt is gedaald, en helemaal als je invult dat je bent gestopt met roken.

Ook binnen de hiv-zorg zijn maatregelen mogelijk die het probleem in de toekomst kunnen verkleinen:

  • hiv-infecties zo vroeg mogelijk vinden en behandelen (en daar is echt nog winst te behalen, want meer dan de helft van de hiv-infecties wordt nog steeds ontdekt bij mensen met een CD4 onder de 350);
  • bij de behandeling inzetten op een onmeetbare viral load én een gezonde levensstijl én een zorgvuldige monitoring van ouderdomsklachten;
  • multidisciplinaire teams die optredende ouderdomsklachten zo snel en effectief mogelijk behandelen.

De ontwikkeling van het inzicht in ouderdomsklachten van mensen met hiv

De indruk dat mensen met hiv meer last krijgen van een waaier aan ouderdomsklachten is er al langer. Tot 2006 gingen we ervan uit dat het met name lag aan de bijwerkingen van de hiv-remmers (en voor een deel is dat vermoedelijk ook zo). Maar in 2006 werd de SMART-studie gepubliceerd. In die studie bleek dat hiv-positieven die therapiepauzes toepasten, méér van deze klachten kregen dan mensen die continu hun medicijnen gebruikten. Dus de bijwerkingen waren niet het hele verhaal, het moest ook te maken hebben met de hiv-infectie zelf. Men dacht aan de continue activiteit van het afweersysteem door de hiv-infectie.

Het onderzoek van het AMC

Onderzoekers van het AMC hebben in 2010 de AGEhIV Cohort Studie opgezet, samen met de Stichting Hiv Monitoring en de GGD Amsterdam. Op 27 januari 2017 promoveerden aan de Universiteit van Amsterdam dr. Katherine Kooij op het proefschrift ‘Comorbidity and ageing in HIV infection’ en dr. Judith Schouten op het proefschrift ‘Head and heart in treated HIV infection’, onder begeleiding van professor Peter Reiss en professor Peter Portegies.

De gegevens van 598 hiv-patiënten van het AMC werden vergeleken met 550 hiv-negatieven die zijn gerekruteerd via de soa-poli van de GGD Amsterdam; die laatste keuze is gemaakt om te zorgen voor een controlegroep die in zo veel mogelijk opzichten zo veel mogelijk lijkt op de groep mensen met hiv, qua leeftijd, geslacht, seksuele voorkeur, gedrag en etniciteit). Belangrijke verschillen tussen de twee groepen waren: roken (hiv-positieven rookten meer), etniciteit (hiv-positieven waren vaker van Afrikaanse afkomst) en gewicht (hiv-positieven hadden vaker ondergewicht). In de resultaten van de studie zijn deze verschillen gecorrigeerd. Van de groep hiv-positieven werd 95% al langere tijd effectief behandeld.

De onderzoekers hebben bij tal van artsen in het AMC geïnventariseerd welke gezondheidsproblemen over het algemeen optreden wanneer mensen ouder worden en hoe de oorzaken van die klachten kunnen worden gemeten. Op deze punten zijn beide groepen onderzocht en vergeleken.

 


 

 

 

Deze informatie is nuttig

Lees ook

Leven met hiv

Lees meer >

Gezonde voeding

Lees meer >

Sport en bewegen

Lees meer >