Welke soa’s zijn er?

Als je seks hebt met iemand anders, is er altijd een kans dat je een soa overdraagt of oploopt. Als je veilig vrijt, is de kans veel kleiner, maar niet nul.
Lees in het artikel ‘Het risico op hiv en soa’s’ meer over de risico’s en hoe je ze kunt verkleinen. Op soaaids.nl/soa vind je uitgebreide informatie over de klachten, de mogelijke gevolgen en de behandeling van de meest voorkomende soa's. Sinds mei 2017 is er ook een advies-chat beschikbaar via deze website.

Als je hiv hebt, is het goed om alert te zijn op soa's:

  • Als je afweer niet optimaal is, loop je sneller een soa op en heb je er meer last van.
  • Als je hiv hebt en ook een soa, bestaat de kans dat door die soa je afweer daalt.
  • Met name bij mensen met hiv die niet worden behandeld, kan de hiv viral load stijgen door de aanwezigheid van een soa.
  • Door een onbehandelde soa word je weer vatbaarder voor een andere soa.
  • Soa's kunnen leiden tot ernstige klachten. Als je daar lang mee doorloopt, kan het zijn dat sommige klachten niet meer genezen, bijvoorbeeld blindheid bij syfilis of onvruchtbaarheid bij chlamydia.

Soa-check

Als je meerdere seksuele partners hebt (of als je partner die heeft), is het raadzaam om twee keer per jaar een soa-check te doen en bij veel contacten zelfs drie of vier keer per jaar. Ook als je veilig vrijt, want condooms verkleinen de kans op een soa sterk maar die kans wordt niet nul. Hoe eerder je erbij bent, hoe makkelijker de soa doorgaans te behandelen is én hoe eerder je ‘m niet meer kunt overdragen.

Bij een volledige soa-check hoort ook lichamelijk onderzoek. Sommige hiv-behandelcentra zijn ook soa-polikliniek; daar kun je een complete soa-check doen, gelijk met het bloedonderzoek voor je hiv. Sommige ziekenhuizen testen mensen met hiv standaard op syfilis. Soms is in het hiv-behandelcentrum een soa-polikliniek die voor iedereen toegankelijk is en soms is ie er alleen voor mensen met hiv die daar in behandeling zijn.

Je kunt aan je hiv-consulent of hiv-behandelaar vragen hoe dat bij jouw hiv-behandelcentrum zit. Als je voor een volledige soa-check niet bij jouw hiv-behandelcentrum terechtkunt, kun je een soa-check doen bij soa-poliklinieken van de GGD. Een overzicht van die soa-poliklinieken staat op soaaids.nl (klik op zoek en vul in: ‘adressen voor testen’).

Chlamydia

Niet alle soa’s leveren grotere problemen op bij hiv-positieven. Chlamydia verloopt bij hiv-positieven hetzelfde als bij hiv-negatieven.

Genitale wratten

Zie HPV.

Gonorroe

Ook gonorroe verloopt bij hiv-positieven hetzelfde als bij hiv-negatieven.

Hepatitis A

Hepatitis A (hav) is een leverontsteking die wordt veroorzaakt door het hepatitis A virus. Vrijwel iedereen krijgt snel na de infectie klachten. Alle patiënten worden uit zichzelf beter, maar je kunt er behoorlijk ziek van zijn. Bij hiv-positieven kan een hav-infectie leiden tot een grote stijging van de hiv viral load. Soms moeten hiv-positieven door de hepatitis tijdelijk stoppen met de hiv-remmers. Ook dat heeft nadelige gevolgen voor de hiv viral load en het aantal CD4-cellen.

Overdracht
Hepatitis A wordt overgedragen via ontlasting en via het eten of drinken van voedsel dat daarmee is verontreinigd. Veel kinderen raken geïnfecteerd met hepatitis A. De seksuele overdrachtsroute loopt met name via kontlikken (rimmen).

Vaccinatie
Hepatitis A kun je voorkomen door je te laten vaccineren. Mannen die seks hebben met mannen kunnen gratis worden gevaccineerd. Bij hiv-positieven, vooral met een verzwakte afweer, is de vaccinatie niet altijd direct geslaagd. Wie minder dan 200 CD4-cellen heeft, kan beter wachten tot de afweer is verbeterd. Na afloop van de vaccinatie kan met een titerbepaling worden gekeken of de afweer voldoende is. Als de titel te laag is kunnen extra vaccinaties worden gegeven, tot de titer hoog genoeg is. Dit lukt niet in alle gevallen. Als de vaccinatie geslaagd is blijft die langdurig werkzaam, zeker vijftien en waarschijnlijk zelfs vijfentwintig jaar.

Wie ooit hepatitis A heeft gehad, kan de ziekte niet opnieuw oplopen.

Hepatitis B

Hepatitis B (hbv) is een leverontsteking die wordt veroorzaakt door het hepatitis B virus. De meeste mensen herstellen uit zichzelf maar bij sommige wordt de infectie chronisch. Niet iedereen krijgt daar meteen klachten van, maar in de loop der jaren kan de ziekte zich manifesteren. Wie dan niet wordt behandeld kan levercirrose of leverkanker krijgen en op termijn zelfs aan de ziekte overlijden.

Overdracht
Hepatitis B wordt overgedragen door sperma, vaginaal vocht en bloed, en is dus besmettelijker dan hepatitis C.

Vaccinatie
Hepatitis B kun je voorkomen door je te laten vaccineren. Mannen die seks hebben met mannen kunnen gratis worden gevaccineerd. Bij hiv-positieven, vooral met een verzwakte afweer, is de vaccinatie niet altijd direct geslaagd. Wie minder dan 200 CD4-cellen heeft, kan beter wachten tot de afweer is verbeterd. Na afloop van de vaccinatie kan met een titerbepaling worden gekeken of de afweer voldoende is. Als de titel te laag is, kunnen extra vaccinaties worden gegeven, tot de titer hoog genoeg is. Dit lukt niet in alle gevallen. Als de vaccinatie geslaagd is, blijft die levenslang werkzaam.

Behandeling
Chronische hepatitis B kan goed worden behandeld maar niet worden genezen. Je moet de rest van je leven pillen blijven slikken. Wie ooit hepatitis B heeft gehad, kan de ziekte niet opnieuw oplopen.

Hepatitis C

Hepatitis C (hcv) is een leverontsteking die wordt veroorzaakt door het hepatitis C virus. De meeste mensen herstellen uit zichzelf maar bij sommige wordt de infectie chronisch. Niet iedereen krijgt daar meteen klachten van, maar in de loop der jaren kan de ziekte zich manifesteren. Wie dan niet wordt behandeld kan levercirrose of leverkanker krijgen en op termijn zelfs aan de ziekte overlijden.

Overdracht
Hepatitis C wordt niet overgedragen door sperma of vaginaal vocht; de overdracht gaat alleen via bloed. Dat geldt ook voor de seksuele overdracht. Omdat bij anale seks vaker kleine bloedinkjes voorkomen, is vooral dat de route waarlangs hepatitis C seksueel wordt overgedragen. Een ander risico is het delen van naalden bij intraveneus gebruik van drugs, ook het slammen van Tina (crystal meth).

Vaccinatie
Helaas bestaat er geen vaccinatie tegen hepatitis C.

Behandeling
Vroeger was de combinatie van hiv en hepatitis C erg problematisch. Mensen met hiv liepen de infectie sneller op, ze werden sneller ziek en de behandeling had bij hen minder succes. Sinds 2015 zijn er nieuwe medicijnen tegen hepatitis C beschikbaar, de DAA’s (Direct Antiviral Agents). Daarmee genezen mensen met hiv net zo makkelijk van hepatitis C als mensen met alleen hepatitis C en zijn de bijwerkingen veel minder ernstig dan vroeger. De behandeling van hepatitis C vindt plaats door de internist en hiv-consulent in het hiv-behandelcentrum, meestal in samenspraak met een leverarts. Veel mensen met hiv en hepatitis C zijn recent van hepatitis C genezen, waardoor de kans dat je het oploopt aanzienlijk kleiner is geworden.

Let op: wie met succes is genezen van hepatitis C, kan daarna de infectie gewoon opnieuw oplopen!

Herpes genitalis

Herpes is een van de meest voorkomende soa's. De boosdoener is het HSV2-virus, dat zweertjes of blaasjes kan veroorzaken op de penis, schaamlippen, anus of billen. Dat kan jeuk of zenuwpijn opleveren. Doorgaans gaat het vanzelf over, maar je raakt het herpes-virus niet meer kwijt. Wanneer je stress hebt of oververmoeid bent, of als je drugs hebt gebruikt, kan het altijd weer de kop opsteken. Het virus is heel besmettelijk in de periode dat je blaasjes of zweertjes hebt.

Condooms beschermen niet honderd procent tegen herpes. Het virus is ook over te brengen via vingers of mond naar andere delen van het lichaam. Een koortslip, waterpokken en gordelroos worden ook door herpes-virussen veroorzaakt.

Medicijnen kunnen ervoor zorgen dat je minder last hebt van een aanval en dat het korter duurt. Je moet dan wel heel snel met die medicijnen beginnen, meteen bij de eerste verschijnselen. Als bij jou de herpes vaak terugkomt, is misschien profylactische behandeling een optie (daarbij slik je continu medicijnen in een lage dosering om een aanval te voorkomen).

HPV

Infectie met het Humaan Papillomavirus (HPV) is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening. Wanneer je een handvol verschillende seksuele partners hebt gehad, kun je er bijna zeker van zijn dat je met het virus in aanraking bent gekomen. Vaak veroorzaakt een HPV-infectie geen klachten, maar het kan leiden tot genitale wratten en tot vormen van kanker. De belangrijkste zijn baarmoederhals- en anuskanker, maar zeldzamer kan het bijvoorbeeld ook keelkanker en peniskanker veroorzaken. Er bestaan zeer veel subtypes van HPV. De subtypes die wratten veroorzaken en die kanker veroorzaken zijn niet dezelfde. Als je dus genitale wratten hebt gehad wil dat nog niet zeggen dat je een infectie met een kankerverwekkend subtype hebt. Maar het kan wel.

Overdracht
De overdracht van HPV gaat seksueel en die overdracht gaat supermakkelijk. Condooms beschermen wel, maar niet volledig. Bij 100% effectief condoomgebruik wordt de overdracht voor 70% voorkomen. HPV kan ook worden overgedragen via vingers of handdoeken.

Infectie
Veel mensen die geïnfecteerd zijn, raken het virus op eigen kracht weer kwijt. De overgrote meerderheid van de heterovrouwen is het virus in een paar jaar kwijt. Bij homomannen lijkt dit minder het geval te zijn en blijft het virus vaker aanwezig. Bij sommige mensen blijft het virus zelfs langdurig aanwezig. Dat gebeurt vaker wanneer de afweer verzwakt is, zoals bij veel hiv-positieven het geval is.

Baarmoederhalskanker
Bij een vaginale infectie kunnen na verloop van tijd voorstadia van kanker ontstaan. Die voorstadia kunnen op den duur overgaan in baarmoederhalskanker. Om baarmoederhalskanker te voorkomen worden uitstrijkjes gemaakt. Wordt met behulp van die uitstrijkjes en andere diagnostiek een ernstig voorstadium van baarmoederhalskanker gevonden, dan wordt dat behandeld.

Het systeem van regelmatige uitstrijkjes en behandeling van de voorstadia is effectief. Kregen vroeger ongeveer 800 op een miljoen vrouwen per jaar baarmoederhalskanker, sinds de invoering van de uitstrijkjes is dat 20 op een miljoen vrouwen per jaar. Bij hiv-positieve vrouwen komt sinds de komst van combinatietherapie baarmoederhalskanker vaker voor. Dat is een reden om jaarlijks een uitstrijkje te laten maken.

Anuskanker
Anuskanker is bij hiv-negatieve hetero’s een zeldzame aandoening. In de algemene bevolking krijgen per jaar 20 mensen per miljoen anuskanker. Bij hiv-negatieve homomannen is dat 400. Hiv-positieve heteromannen en vrouwen zitten ook in die buurt. Bij hiv-positieve homomannen is het twee tot drie keer zo veel: 800 tot 1.300. Anuskanker vormt dus een gezondheidsprobleem voor homomannen en voor hiv-positieven, en het meest voor hiv-positieve homomannen.

Bij anuskanker is er ook sprake van voorstadia, die AIN worden genoemd (anale intra-epitheliale neoplasie); AIN1 is het mildst, AIN3 het ernstigst. De meerderheid van de homomannen met hiv heeft AIN, waarvan meer dan de helft AIN2 of 3. Dat betekent dat we te maken hebben met een veelvoorkomend, ernstig gezondheidsprobleem. In sommige hiv-behandelcentra, met name in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, worden homomannen met hiv dan ook systematisch gescreend op deze voorstadia door middel van anoscopie en worden verschillende behandelmethoden onderzocht op hun effectiviteit. We weten nog niet welke behandeling het effectiefst is. Maar dat het vroegtijdig behandelen van voorstadia kanker kan voorkomen, lijkt waarschijnlijk, want de screening op voorstadia van baarmoederhalskanker heeft het aantal gevallen per jaar van die ziekte drastisch gereduceerd.

Daarom is de Hiv Vereniging een krachtig voorstander van het screenen van alle mensen met hiv op voorstadia van HPV-gerelateerde kanker.
 
Rol van combinatietherapie
Door de komst van combinatietherapie leven hiv-positieven langer. Ze hebben daardoor ook meer tijd dan vroeger om anuskanker of baarmoederhalskanker te krijgen.

Voorspellers
Bij anuskanker lijkt de duur van de hiv-infectie een grote rol te spelen. Van de miljoen homomannen die korter dan 5 jaar is geïnfecteerd, krijgen volgens een onderzoek 280 per jaar anuskanker. Bij mannen die langer dan 15 jaar zijn geïnfecteerd is dat 3.500. Een Frans onderzoek bij hiv-positieven, gepubliceerd in The Lancet Oncology, laat zien dat er meer voorspellende factoren zijn voor het krijgen van een aantal vormen van kanker, waaronder baarmoederhals- en anuskanker. Voor al die vormen van kanker, behalve voor anuskanker, geldt dat het huidige aantal CD4-cellen de meest voorspellende factor is. Hoe hoger dat aantal, des te kleiner is het risico.

Voor anuskanker leek dat niet te gelden. Bij anuskanker bleek de duur dat je CD4-aantal onder de 200 is geweest de best voorspellende factor. Elk jaar dat je minder dan 200 CD4-cellen hebt gehad, doet het risico met 30% toenemen. Andere onderzoeken noemen als voorspeller van anuskanker het laagste CD4-aantal dat je ooit hebt gehad. Dat komt vaak ongeveer op hetzelfde neer.
Bijtijds beginnen met behandeling kan dus HPV-kankers voorkomen. Voor baarmoederhalskanker geldt dat je dan niet in de extra gevarenzone bent gekomen. Voor anuskanker geldt dat je dan later niet een extra verhoogd risico krijgt en behoudt omdat je ooit een laag CD4-aantal hebt gehad.

Vaccinatie
De HPV-vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma beschermt tegen HPV-16 en HPV-18; deze stammen veroorzaken zeventig procent van de baarmoederhalskankers. De vaccinatie wordt gegeven aan jonge meisjes. Of vaccinatie voor jongens of volwassenen ook zinvol zou zijn, is niet bekend.

LGV

LGV is een agressieve variant van chlamydia die vooral voorkomt bij homomannen met hiv. Na tien tot dertig dagen of soms nog langer kan een lymfeklierontsteking volgen: pijnlijke, bobbelige zweren in het laatste stuk van de darm, verstopping, bloed in de ontlasting en bij mannen ook een ontsteking van de plasbuis of penis en een pijnlijke zwelling van de lymfeklieren in de lies. Soms heeft men koorts en vaak een gevoel van algehele malaise. LGV is te behandelen door een antibioticumkuur van drie weken. LGV wordt makkelijk overgedragen door onbeschermd anaal seksueel contact, vuistneuken en het delen van hulpmiddelen (dildo's) zonder deze te desinfecteren. Door de zweren kun je met LGV makkelijker hiv en andere soa’s oplopen en overdragen.

Syfilis

Syfilis verloopt bij hiv-positieven vaak net zo als bij hiv-negatieven. De behandeling is hetzelfde. Soms kan syfilis bij hiv-positieven anders verlopen. De ziekte is dan ernstiger en verloopt sneller. Soms ontstaat er heel snel neurosyfilis, dat bij hiv-negatieven normaal gesproken pas jaren na infectie uitbreekt. De diagnosestelling en de monitoring van de behandeling kan soms lastiger zijn. Pijpen (zonder in de mond klaar te komen) is voor wat hiv betreft veilig, maar je kan er wel syfilis van krijgen. Condooms beschermen wel, maar niet voor 100%. Regelmatig testen is het devies.

Deze informatie is nuttig

Lees ook

Seks, drugs en alcohol

Lees meer >

Het risico op hiv en soa’s

Lees meer >

Seks als je ouder wordt

Lees meer >