Wie had dat gedacht

Gepubliceerd: 15 juni 2017

In 1999 zat ik in de stoel bij de GGD en kreeg nieuws dat mijn leven op zijn kop zette. Ik had altijd een bepaald toekomstbeeld van wanneer ik mijn 30e levensjaar zou naderen: afscheid nemen van mijn onbezonnen jeugd en me gaan settelen. Een leuke baan, auto, een huisje kopen met een leuke partner en een gezinnetje stichten. Kortom huisje, boompje, beestje.

oesterschelpNou was ik al van de traditionele volgorde afgeweken, want al vrij jong was ik alleenstaand moeder en had ik daardoor o.a. mijn studie en rijbewijs laten liggen. Wat later vond ik een baan met betaalde opleiding, was ik bezig met rijlessen en nog later deed ik ook nog een vervolgstudie. Ik had inmiddels ook een beestje, mijn poezenkind.

Een paar woorden maakten mijn hoop op de rest van mijn toekomstbeeld kapot: “De uitslag van je hiv-test is positief”. Heel even schoot het door mijn hoofd dat ik niet lang meer zou leven. Maar ik herinnerde me een lezing die ik voor mijn werk had bijgewoond. Daar had ik een hele sterke hiv-positieve vrouw gezien en dat gaf mij kracht. Ik kon nog wel wat jaartjes mee, hoewel het niet makkelijk zou worden. Een relatie vinden zou moeilijk zijn, een levensverzekering kon ik wel vergeten en een huis kopen was al helemaal niet meer aan de orde. Om het nieuws te verwerken, heb ik toen alles even op pauze gezet. Daarna kwam ik tot de conclusie dat ik geen lange termijnplannen wilde maken en geen vervolgstudie meer zou doen. Mijn rijlessen zette ik wel voort, want daarmee kon ik op korte termijn mijn leven een stukje makkelijker maken.

Nu ben ik achttien jaar verder en blik terug wat er toch nog van mijn toekomstbeeld terecht is gekomen. Wat een vrijheid voelde ik toen ik in mijn eerste auto reed! Ook merkte ik al vrij snel dat er best nog mannen rondliepen die niet wegliepen zodra hiv ter sprake kwam. Ik leerde mijn huidige partner kennen en in datzelfde jaar stapte ik met hem voor het eerst in een vliegtuig om zijn familie te ontmoeten. Ook mijn eerste buitenlandse vakantie zonder ouders was met mijn partner. Een aantal jaar later zijn we getrouwd en hebben we samen een huis gekocht (en ja, ja…: een gekoppelde levensverzekering) met genoeg ruimte voor onze kinderen. Een fikse, hoge hypotheekrente en behoorlijke toeslag op de levensverzekering, maar hey, mijn toekomstbeeld was wel werkelijkheid geworden!

Helaas braken er ook slechtere tijden aan. Zoals ik in eerdere blogs heb beschreven, kreeg ik te kampen met gezondheidsproblemen en fikse bijwerkingen van de medicatie. Het jaar 2016 stond in het teken van herstel. Aan de vooravond van 2017 concludeerden mijn man en ik dat we jaren vooral hebben ‘overleefd’ en dat we nu weer wilden  gaan leven. Samen met mijn man, heb ik een hele grote stap genomen: ons huis in de Randstad hebben we te koop gezet, om kleiner en landelijker te gaan wonen. Het voelde al een tijd of ik letterlijk en figuurlijk onder water stond. Enerzijds de hoge woonlasten en anderzijds een te groot huis(houden). Met veel lagere woonlasten en een makkelijk te onderhouden, gelijkvloerse woning, zouden we veel meer kunnen gaan genieten van het leven.

En zo kwam het dat we in dezelfde maand waarin ik achttien jaar geleden mijn toekomstbeeld verloor, nu de sleutel van ons 1e huis uit handen gaven en de sleutel van ons 2e huis in handen kregen. Wie had dat gedacht.

 

Anka

Deze informatie is nuttig