Hiv-behandeling

Je komt voor hiv onder medische controle in een hiv-behandelcentrum. Dit is een ziekenhuis met een afdeling die is gespecialiseerd in de behandeling van hiv. Voor veel mensen is het iedere keer weer spannend om naar het ziekenhuis te gaan en de uitslagen van het bloedonderzoek te horen. Die spanning vermindert na een tijd vanzelf. Er ontstaat routine als je eenmaal gestart bent met hiv-remmers, als blijkt dat de bijwerkingen meevallen en dat de cocktail van medicijnen het virus goed onderdrukt.

Hier vind je uitleg over het hiv-behandelcentrum en de rollen van internist en hiv-consulent:

het ziekenhuis


In veel steden in Nederland is er een hiv-behandelcentrum (26 in totaal en 4 kinder-hiv-behandelcentra. De controle is in de regel eens in de drie of zes maanden. Eerst vindt de bloedafname plaats en een paar weken later ga je langs bij de dokter. Je hebt de vrijheid om zelf een ziekenhuis en een arts te kiezen. Veel mensen kiezen voor het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Je kunt kiezen voor een gewoon ziekenhuis, vaak wat kleiner en dichterbij, of een academisch ziekenhuis dat aan een universiteit is verbonden. Een academisch ziekenhuis is vaak wat groter en er worden vaker onderzoeken gedaan met nieuwe medicijnen.

Combinatietherapie

Verschillende hiv-remmers gebruik je altijd in combinatie met elkaar. Dat principe noemt men de combinatietherapie of HAART (highly active antiretroviral therapy = hoogactieve antiretrovirale therapie). De uitvinding van de combinatietherapie in 1996 betekent een revolutie in de behandeling van hiv en aids. Sinds de introductie van de combinatietherapie is hiv in de meeste gevallen een chronische aandoening, zonder veel complicaties en met een normale levensverwachting.

Minstens drie hiv-remmers

De combinatietherapie bestaat uit minstens drie middelen uit verschillende klassen. De indeling van hiv-remmers in klassen is gebaseerd op het werkingsmechanisme van de middelen. Iedere klasse hiv-remmers richt zich op een ander onderdeel van de groeicyclus van het virus in het lichaam.

Bijwerkingen

Elk medicijn kan bijwerkingen geven, dus hiv-remmers ook. In de bijsluiters van de hiv-remmers staan zoveel bijwerkingen opgenoemd, dat je er bijna depressief van zou worden. Bedenk dat er bijwerkingen zijn waar veel personen last van hebben en bijwerkingen waar weinig mensen last van hebben. Niemand krijgt last van alle bijwerkingen die in de bijsluiters staan. De ene persoon heeft nergens last van, anderen hebben last van één of een paar bijwerkingen. Bij ernstige bijwerkingen is het verstandig de combinatie te veranderen. Soms hoeft dat niet, dan kan je de bijwerking bestrijden met andere medicijnen, bijvoorbeeld een middel tegen diarree. De mogelijke bijwerkingen zijn bij elke combinatie weer anders. Je hiv-behandelaar en hiv-consulent informeren je welke bijwerkingen er kunnen optreden bij de combinatie die je overweegt te gaan slikken.

Apotheek

Als je hiv-remmers gaat gebruiken, zal je voor langere tijd een vaste klant van de apotheek zijn. Kies een apotheek die niet ver van je huis is. Informeer daar of zij bekend zijn met hiv-medicatie. In de regel zal je de medicijnen elke drie maanden daar afhalen.

De belangrijkste taken van de apotheek bij je behandeling zijn:
 

op tijd hiv-remmers verstrekken


Het kan een keer voorkomen dat je er pas op het laatste moment achter komt dat je pillen op zijn. Het is heel onverstandig om een paar dagen te stoppen of om tijdelijk de ene hiv-pil wel en de andere niet te nemen, alleen omdat je apotheek pas later de pillen kan leveren. Probeer dit te voorkomen door bijtijds naar de apotheek te gaan. Als je er toch een keer op het laatste moment bij bent, moet je er bij de apotheek op aandringen dat je de pillen snel krijgt, via een spoedlevering van de groothandel of fabrikant of via een andere apotheek, bijvoorbeeld de ziekenhuisapotheek.
 

Huisarts

De rol die de huisarts speelt varieert sterk. Als je een gezondheidsklacht hebt, is het soms niet duidelijk of de klacht iets met hiv te maken heeft, met je medicijnen of met iets dat daar los van staat. Er zijn internisten en hiv-consulenten die ook aandacht besteden aan andere klachten en er een recept voor uitschrijven. Er zijn ook internisten en hiv-consulenten die je doorverwijzen naar je huisarts. Er zijn huisartsen die vertrouwd zijn met hiv en vaak meerdere hiv-patiënten hebben. En er zijn huisartsen bij wie je de enige bent met hiv. Bespreek het met je huisarts en maak je keuze op basis van vertrouwen.

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek is van belang bij het maken van de keuze om met combinatietherapie te starten. Deze bloedonderzoeken blijven belangrijk, óók als je de combinatietherapie allang gebruikt. Ze laten zien of de behandeling aanslaat. Het gaat om het aantal CD4-cellen en de viral load (de hoeveelheid hiv in het bloed). De geneesmiddelen die je inneemt, komen in het bloed terecht. Het bloed verdeelt het geneesmiddel over de rest van het lichaam, als een transportmiddel naar de diverse cellen en organen. De grens van 200 CD4-cellen is kritiek: daaronder is er risico op opportunistische infecties. Maar naast de CD4 telt ook de viral load mee.

 

viral load & CD4


De viral load is de hoeveelheid virus in een milliliter bloed. Bij mensen met een hoge viral load daalt het aantal CD4-cellen doorgaans snel. Dat betekent dat zij eerder vatbaar zijn voor infecties dan iemand met een lagere viral load. Wanneer de viral load eenmaal ondetecteerbaar is (= niet meer te meten zo laag), dan blijft het belangrijk beide bloedwaarden een paar keer per jaar te bepalen.

Het aantal CD4
Het aantal CD4-cellen meet men meestal per mm3 bloed. CD4-cellen spelen een belangrijke rol in de menselijke afweer. Het vervelende van hiv is, dat het virus juist deze cellen gebruikt om zich te vermenigvuldigen. Daarbij vermindert het aantal CD4-cellen. Hoe lager het aantal CD4-cellen, des te meer de afweer is verzwakt. In Nederland bepaalt men het aantal CD4-cellen en de viral load 2 tot 4 keer per jaar. Wanneer je begint met een behandeling zal dat vaker zijn. 
Door de verzwakte afweer ben je vatbaarder voor allerlei infecties. Als het aantal CD4-cellen onder de 200 is gezakt, ontstaat er gevaar op longontsteking (PCP) en andere zogenaamde opportunistische infecties. Heb je zo'n opportunistische infectie, dan krijg je de diagnose aids.
 

Onmeetbare viral load en overdracht

Onmeetbaar of ondetecteerbaar wil zeggen dat de hoeveelheid virus in het bloed zo sterk is gedaald, dat de viral load niet meer is te meten. De meeste bepalingen hebben een detectiegrens van rond de 50. Een ondetecteerbare viral load wil dan zeggen dat de viral load lager is dan 50. Mensen met een ondetecteerbare viral load kunnen lang en goed leven met hiv. Zij kunnen hiv ook niet meer overdragen op anderen, ook niet bij onbeschermde seks. Daarom is de voorlichtingscampagne U=U opgezet met de boodschap: Undetectable means Uninfectious. Mensen met hiv en met een succesvolle medische behandeling, onderdrukken het virus zo goed dat zij het niet meer op anderen kunnen overdragen.

Veilig vrijen

Of je nu wel of geen hiv hebt, het is en blijft verstandig om veilig te vrijen. Als je viral load ondetecteerbaar is, kan je geen hiv meer doorgeven aan een ander, ook niet bij onbeschermde seks. Maar andere seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) kan je wel doorgeven of krijgen, als je te weinig voorzorgmaatregelen neemt. Jezelf regelmatig laten testen is daarom verstandig. Laat je goed informeren over veilige manieren van seks, condoomgebruik en andere soa’s.

 

Deze informatie is nuttig

Lees ook

Hiv en aids in ‘t kort

Lees meer >

Overdracht van hiv

Lees meer >

Therapietrouw

Lees meer >