Stigma bij de tandarts belemmert goede mondzorg

Bij het Servicepunt van de Hiv Vereniging komen geregeld klachten binnen over tandartsen die mensen met hiv niet willen behandelen of alleen aan het einde van de dag. Of die overdreven beschermende maatregelen treffen. “Allemaal onzin”, zegt tandarts Saskia Bookelman-Bulterman. “De normale beschermingsmaatregelen zijn voldoende, voor alle patiënten.”

“Ik ben in 1998 afgestudeerd. Ik kan me niet meer herinneren welke specifieke aandacht er in de studie is besteed aan hiv, maar ik weet wel dat ik heb geleerd dat je iedereen gelijk behandelt.” Aan het woord is Saskia Bookelman-Bulterman (48), tandarts en eigenaar van een praktijk in Amsterdam. “Je moet maatregelen nemen vanwege infectiepreventie, maar die maatregelen zijn bij iedere patiënt dezelfde. Of een patiënt nou hiv heeft of niet, dat maakt niet uit.”

Stoppen met de behandeling

Helaas heeft Hetty (60) een andere, stigmatiserende ervaring. “Toen ik vanuit het zuiden naar Amstelveen verhuisde, moest ik natuurlijk ook een andere tandarts zoeken. Mijn oude tandarts had ik niet verteld over mijn hiv-status, en ik had me voorgenomen om mijn nieuwe tandarts wel meteen te informeren.”

Dus op het moment dat Hetty in de stoel ligt en de tandarts alvast met een spiegeltje en een haakje een kijkje in haar mond neemt, vertelt ze hem over haar status. “Hij schrok zichtbaar, en trok zich gelijk terug. Hij stelde voor om maar een foto te maken. En daarmee was de behandeling afgelopen. Ik vond dit heel erg raar. Ik ben verbouwereerd naar buiten gelopen. Ik was toen nog niet zo mondig als ik nu ben, maar ik bedacht me wel dat ik niet meer naar deze tandarts terug zou gaan.”

Normale beschermingsmaatregelen zijn voldoende

Saskia begrijpt deze reactie van haar collega niet en ook de andere verhalen die ze wel hoort over hoe collega’s reageren op mensen met hiv, verbazen haar. “Het is niet zo dat tandartsen vroeger een andere manier van werken hebben aangeleerd voor mensen met hiv, en dat ze die nu – nu er bij een behandelde hiv-infectie geen risico op overdracht is – moeten afleren. Nee. De normale beschermingsmaatregelen waren altijd al voldoende en zijn dat nog steeds. Punt uit. Ik hoor ook wel eens dat mensen met hiv bij collega’s pas aan het einde van de dag mogen komen, omdat ze de praktijk daarna beter zouden kunnen schoonmaken. Dat is natuurlijk ook onzin. Na de eerste patiënt maak je het net zo schoon voor de volgende als na de tweede, de derde of de laatste van de dag.”

De regels op het gebied van infectiepreventie worden wel steeds strenger, vertelt Saskia. “Dat heeft niets te maken met de patiënten of met incidenten. Het is gewoon ter bescherming van de patiënten en onszelf.”

In het belang van de patiënt zelf

Het Servicepunt van de Hiv Vereniging krijgt geregeld vragen over het gezondheidsformulier dat sommige tandartsen hun (nieuwe) patiënten voorleggen, met tal van vragen over hun gezondheid. Waarom wil de tandarts dit allemaal weten?
“Ik gebruik zo’n formulier ook”, vertelt Saskia. “Door de antwoorden krijg ik zicht op de gezondheid van mijn patiënt, bepaalde allergieën en op de medicijnen die deze al dan niet gebruikt. Dat wil ik weten in verband met mogelijke interacties als ik zelf medicatie of pijnstilling wil voorschrijven of als ik een verdoving wil geven. Diabetespatiënten geef ik liever geen Ibuprofen en als iemand bloedverdunners slikt, kan ik niet zondermeer een tand of kies trekken. Iemand met een hoge bloeddruk mag ik bepaalde verdovingen niet geven, en als iemand recent een hartinfarct heeft gehad, mag ik helemaal niet boren of trekken.”

Bovendien, zo vertelt Saskia, kunnen medicijnen invloed hebben op de gezondheid van de mond. “Sommige medicijnen hebben als bijwerking een droge mond; dat is van invloed op het tandvlees en de tanden. Er zijn ook medicijnen die de slijmvliezen kunnen aantasten, of een schimmel kunnen veroorzaken. Als tandarts wil ik dus graag weten welke medicatie mijn patiënt gebruikt, omdat ik dan extra alert kan zijn op dergelijke bijwerkingen. En dat geldt dus ook voor hiv-medicatie. Ook die kan soortgelijke klachten veroorzaken waarmee ik dan rekening moet houden.”

Ook het virus zelf kan klachten in de mond geven, bijvoorbeeld zweertjes of ontstekingen van het tandvlees. “Ik vraag er dus niet naar omdat ik wil weten wat mijn patiënten onder de leden hebben. Of omdat ik bang ben voor overdracht van infectieziekten. Ik wil het weten in het belang van de patiënt zelf.”

Puur informatief

Hetty kan zich niet goed herinneren of ze bij de bewuste tandarts ook een gezondheidsformulier heeft moeten invullen bij haar eerste (en dus ook laatste) bezoek aan hem. “En ik weet ook niet of daar een vraag over hiv of infectieziekten op stond. Maar die zou ik dan niet hebben beantwoord. Ik vertel dat liever aan de tandarts persoonlijk, als ik in de stoel lig.”

“Dat begrijp ik heel goed”, reageert Saskia. “Op zo’n formulier is het misschien best confronterend. Vertel het je tandarts dan op het moment dat je je prettig voelt bij hem of haar. Maar vertel het wel, vanuit het oogpunt van je eigen gezondheid. Al snap ik best dat dat lastig kan zijn, gezien de nare verhalen.”

Saskia legt uit dat de gegevens van het formulier en andere patiëntgegevens te zien zijn op het beeldschermpje naast de stoel op het moment dat de patiënt onder behandeling is. “Dat is voor mij, zodat ik in een oogopslag kan zien wie er in de stoel ligt en wat er bij die patiënt speelt. Waar bij een ander ‘diabetes’ of ‘hoge bloeddruk’ staat, staat bij iemand met hiv ‘hiv-positief’. Zie dat niet als waarschuwing of zoiets. Het is puur informatief. Mocht je het toch te confronterend vinden, geef dat dan aan; dan klikken we het weg.”

Normaalste zaak van de wereld

Hetty is blij met het gesprek met Saskia. “Fijn om te zien en te horen hoe relaxt een tandarts met hiv omgaat en erover praat. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is – en dat is het natuurlijk ook.” Helaas is de praktijk van Saskia wat te ver uit de buurt voor Hetty, dus zoekt ze nog even verder. “Ik vind het heel belangrijk om een vertrouwensband te hebben met mijn tandarts. Dat het een persoon is bij wie ik me op mijn gemak voel, net als bij mijn huisarts. En ik wil uiteraard een tandarts die geen moeite heeft met mijn hiv-status. Dus de volgende keer zal ik het gewoon weer vertellen. Ik ben nu een stuk mondiger, dus laat me door een eventuele vervelende reactie niet meer uit het veld slaan.”

Dit artikel is onderdeel van de serie Positief Contact in de zorg, voor een overzicht van de serie klik hier.

Deze informatie is nuttig

Lees ook

Wat speelt er in de zorg?

Lees meer >

Door angst voor hiv kreeg ik niet de goede zorg

Lees meer >

Ik mocht niet praten over mijn hiv-status

Lees meer >

In de zorg: Alles op een rij

Lees meer >