Criminaliseer spugen en hoesten niet in tijden van corona

Gepubliceerd: 28 juli 2020

Het met opzet in het gezicht spugen of hoesten en dreigen het coronavirus over te dragen is een nieuw fenomeen waarvoor mensen strafrechtelijk vervolgd worden. Maar is dat de juiste weg? Een strafverzwarende maatregel opleggen omdat men dreigt met overdracht van het coronavirus vraagt om een kritische blik vanuit de juridische praktijk. We kunnen hierbij lessen leren uit de jurisprudentie rondom hiv. Het zijn namelijk geen feiten voor het strafrecht, het hoort thuis in het publieke gezondheidsdomein.

Achtergrond

Sinds het Nederlands kabinet half maart maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus heeft aangekondigd zijn er minder incidenten, zoals inbraken, diefstal en zakkenrollen, dan gebruikelijk gemeld. Het aantal meldingen van overlast door onrust in de wijken, door huiselijk geweld of drank- en middelengebruik, is wel toegenomen. Een nieuw fenomeen waarmee de politie te maken krijgt zijn mensen die politieagenten of anderen met opzet in het gezicht hoesten of spugen en dreigen het coronavirus over te dragen. Het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht weten er via snelrecht en forse straffen wel raad mee. Ondertussen is COVID-19 op de lijst van ernstige besmettelijke ziekten opgenomen waardoor zwaarder straffen gelegitimeerd wordt. Deze stap naar verder criminaliseren is ongewenst en heeft een averechtse werking op het preventie- en testbeleid. Dit hebben de aanpak tijdens de hiv-epidemie en de juridische uitspraken in rechtszaken (jurisprudentie), waarbij mensen met hiv werden vervolgd voor de kans van overdracht van hiv, in de afgelopen jaren ons geleerd.

Standpunt OM

De politie hanteert een zero tolerance beleid tegen de zogeheten “corona-dreigers” of “corona-hoesters” en doet daarom aangifte van bedreiging dan wel van mishandeling. Het OM vindt het spugen, hoesten en dreigen met het coronavirus onaanvaardbaar en asociaal. Politieagenten, conducteurs, zorgverleners en anderen in vitale beroepen moeten hun werk veilig kunnen doen. Het OM wil alle vormen van misbruik van de huidige corona pandemie hard aanpakken en heeft een aantal strafbare feiten expliciet benoemd (1). De media berichten met stevige koppen over snelrecht voor deze corona-dreigers of corona-hoesters. Maar ook over strafbare feiten als “bedreiging met zwaar lichamelijk letsel” of “bedreiging met de dood”. Men gebruikt te stevige taal. Dit soort uitspraken door de media wakkert onnodig angst aan. En het bevestigt hierdoor het standpunt van het OM en de politie. De maatschappij denkt dat deze aanpak de enige en juiste manier is.

Kritisch blijven

Juist in onzekere tijden is het belangrijk om kritisch te blijven. Niet iedere bedreiging kan juridisch worden aangemerkt als strafbaar. Soms kunnen woorden of gedragingen als bedreigend worden ervaren, maar het hoeft niet in alle gevallen om een strafbare bedreiging te gaan (2). Het bedreigen van politieambtenaren in functie of het verstoren van de openbare orde kunnen op zich al een strafbaar feit zijn met een bepaalde strafmaat. Om dan ook nog eens een strafverzwarende maatregel op te leggen, omdat er is gedreigd met het overdragen van het coronavirus, gaat een stap te ver. Deze maatregelen moeten eerst juridisch goed uitgezocht en zorgvuldig onderbouwd worden.

Wat leren we van hiv-preventie en jurisprudentie

We kunnen leren van de ervaringen opgedaan bij beleidsbeslissingen in de hiv-preventie en het testbeleid. Maar zeker ook van de opgebouwde jurisprudentie van rechtszaken met betrekking tot een eventueel risico van overdracht van hiv. Het is belangrijk dat mensen zich laten testen en behandelen voor een aandoening. Strafbaarstelling kan ertoe leiden dat minder mensen bereid zullen zijn zich te laten testen en dat is schadelijk voor de volksgezondheid. Dit is al jaren de visie van de ministeries van VWS en Justitie (3). De uitgangspunten en doelen van het preventie- en testbeleid zijn: laat je testen als je denkt risico te hebben gelopen. De jurisprudentie rondom hiv leert ons juist dat een eventueel risico op overdracht bij een spuug- of bijtincident niet relevant is voor het strafrecht. Het mist namelijk elke juridische grond voor een aangifte of voor een straf verzwarende omstandigheid (4).

COVID-19 op lijst van ernstige besmettelijke ziekten

Via een artikelwijziging in april j.l. is COVID-19, de aandoening die wordt veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, oftewel het coronavirus, toegevoegd aan de lijst van besmettelijke ziekten. Deze lijst staat vermeld in Artikel 2 van het Besluit bloedtest in strafzaken (2010). Dit onderzoek vindt plaats via afname van celmateriaal. Het Besluit betreft dus nu naast de afname van bloedtesten ook de afname van celmateriaal. Vandaar ook de nieuwe titel: Besluit Onderzoek in Strafzaken (2020). Onderzoek kan alleen worden verricht in geval van een misdrijf, b.v. (poging tot) zware mishandeling (politie, conducteurs e.d.), waarbij uit aanwijzingen blijkt dat de verdachte het slachtoffer van dat misdrijf kan hebben besmet (5).

Zwaardere strafmaat

Vanuit het OM wordt de noodzaak gevoeld om bovengenoemd onderzoek in strafzaken ook onder dwang te kunnen doen bij verdachten die bijvoorbeeld politieambtenaren, zorgprofessionals of winkelpersoneel in het gezicht spugen of hoesten en daarbij aangeven dat zij met het coronavirus zijn besmet. De opname van COVID-19 op de lijst van besmettelijke ziekten zorgt ervoor dat verdachten voor een zwaarder misdrijf kunnen worden vervolgd dan voor de overtredingen waarvan ze nu verdacht worden. Zoals bedreiging, mishandeling of belediging. Als kan worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk is besmet met COVID-19 komen ernstigere misdrijven in beeld, zoals (poging tot) zware mishandeling.

Hoofd koel houden

Juist in deze onzekere periode moeten OM en rechters het hoofd koel houden en wellicht wat vervelende gebeurtenissen terugbrengen tot reële feiten. En in ieder geval hun aanpak en oordelen baseren op medische kennis en wetenschap, maar ook op bestaande jurisprudentie. Dus het “verstoren van de openbare orde“ of “mishandeling van een politieagent” zijn op zich feiten waarvoor al een straf opgelegd kan worden. Maar omdat gedreigd is met het coronavirus gelden er ineens verzwarende omstandigheden voor de categorie misdrijf. De vraag is waarop dit soort beschuldigingen eigenlijk echt worden gebaseerd? Op medische kennis? Op transmissierisico? Kan de vermeende overdracht van COVID-19 medische gezien wel bewezen worden? Kan opzet bewezen worden? En wat zegt de jurisprudentie hierover als het om hiv of over andere aandoeningen gaat?

Leer van hiv

Criminalisering van hiv had in Nederland en heeft in de rest van de wereld een averechtse werking op het preventie- en testbeleid en werkt contraproductief. Dit is al jaren de visie van de ministeries van VWS en Justitie. De in de jaren opgebouwde jurisprudentie leert ons dat een eventueel risico op overdracht van hiv bij een spuug- of bijtincident niet relevant is voor het strafrecht. Er is geen juridische grond voor een aangifte of voor een strafverzwarende omstandigheid. Het Ministerie van Justitie, het OM en de rechterlijke instanties moeten juist in deze tijd van het coronavirus een stap op de plaats maken en leren van lessen uit het verleden. Een eventueel risico op overdracht van het coronavirus bij spugen en hoesten zijn geen feiten voor het strafrecht. Het aanpakken van spugen en hoesten via het strafrechtsysteem is een heilloze weg. Dit hoort toch echt thuis in het publieke gezondheidsdomein. Het wordt tijd dat het Ministerie van VWS en het RIVM hun stem hierover laten horen!

Mr Ronald A.M. Brands, Hiv Vereniging

 

Noten met achtergrondinformatie

  1. Het OM wil misbruik van de huidige corona pandemie hard aanpakken en heeft een aantal strafbare feiten expliciet benoemd, zoals:
    1. Dreiging met besmetting van hulpverleners, toezichthouders, politieambtenaren en winkelpersoneel.
    2. Geweld/verzet tegen hulpverleners, toezichthouders, politieambtenaren of anderen die belast zijn met de handhaving van de noodverordening.
  2. Niet iedere bedreiging kan juridisch worden aangemerkt als een strafbare bedreiging.
  3. Criminalisering van hiv heeft in Nederland een averechtse werking op het preventie- en testbeleid en is contraproductief. Deze visie van de ministeries van VWS en Justitie is verwoord in de Kamerbrief Consequenties uitspraak van de Hoge Raad strafbaarheid mogelijke HIV-besmetting (2005)
  4. De Hiv Vereniging heeft een factsheet samengesteld ter onderbouwing dat er voor hiv geen plek is in het strafrecht, inclusief voorbeelden van juridische oordelen.
  5. Onderzoek kan alleen worden verricht bij een misdrijf, b.v. (poging tot) zware mishandeling (politieagenten, conducteurs e.d.), waarbij uit aanwijzingen blijkt dat de verdachte het slachtoffer kan hebben besmet.

 

Deze informatie is nuttig